zondag 02 augustus 2009 om 15u00
LOKERSE FEESTEN DAG 2 - David Byrne en Donna Summer
De één is een New Yorkse nerd, de ander een discodiva op jaren. Zelfs op het tweede gezicht hadden David Byrne en Donna Summer, die zaterdag het meeste volk naar de Grote Kaai moesten lokken, weinig met elkaar gemeen. Maar wat zou het, als dag twee van de Lokerse Feesten zoveel pretentieloze pret opleverde?
Beide artiesten zijn op tournee met een show die er zich, alles welbeschouwd, niet direct toe leent om op een compleet artificiële en ongedwongen setting als een Belgisch zomerfestival per definitie overeind te blijven. Variatie én spanning, wat had u nog meer gewenst.
Zo streek David Byrne in Lokeren neer met precies dezelfde - bij gebrek aan een mooier woord - productie die hem eerder dit jaar op afgeborstelde plekken als de Koningin Elizabethzaal nog een stuk of wat staande ovaties had opgeleverd. Dus daar waren ze weer: de hagelwitte outfits, de drie dansers uit het Canadese gezelschap La La La Human Steps, de vaak even naïeve als sullige choreografietjes waarin ook band én de voorman zelf zich vermeiden, en de setlist die hoofdzakelijk rond de talloze samenwerkingen van Byrne en Brian Eno was gesponnen.
Ook op het asfalt en het stoffige grint langs de Durme opende Strange Overtones (uit de jongste collaboratie van de twee, Everything That Happens Will Happen Today) als naar gewoonte. Het heerlijk frenetieke I Zimbra van Talking Heads volgde vanzelf, waarna het even voorspelbare kampvuurmoment One Fine Day baan ruimde voor Help Me Somebody, het te verwachten extract uit het baanbrekende My Life In The Bush Of Ghosts uit 1981.
Als u nu denkt dat we over het uitblijven van muzikale of visuele verrassingen zullen beginnen te zaniken, zijn we blij dat we een beetje een mysterie voor u blijven. Neen, wij (en wij niet alleen, als we op de nabesprekingen backstage mochten afgaan) struikelden vooral over de vele stiltes in de set. En dan hebben we het niet eens over de plompverloren tijdsspanne tussen de nummers, maar over songs die de gedaante van onnodig intermezzo aannamen. Het jamboreemoment The Big Nurse bijvoorbeeld, dat ergerlijk haaks stond op de abstracte en speelse funk van Help Me Somebody die net voordien de gemoederen eindelijk leek te zullen ophitsen. Of het onopvallende Life Is Long. Of het tè brave I Feel My Stuff, dat op de valreep wel nog werd gered door een fikse tempoversnelling.
Véél Talking Heads-stuff wel, en daartussen toch een aantal essentiële bijdrages aan de popmuziek: Houses In Motion, Heaven, Crosseyed And Painless, Once In A Lifetime, Life During Wartime, The Great Curve en afsluiter Burning Down The House kregen we allemaal aangereikt, zomaar (de ene versie weliswaar al wat gedrevener dan de andere).
David Byrne scóórde in Lokeren. Maar dan wel alleen op punten.
Aan Donna Summer om beter te doen, en dat leek eerst een kat in het bakkie te gaan worden. De speciaal opgestelde trap waarlangs ze kwam afgedaald, de glitterjurk, de ver-bijs-te-rend kitscherige visuals, de kledingwissels, de bandvoorstelling op het eind die even lang duurde als de tijd die wij nodig hebben om met onze fiets een brood te gaan halen, ons Lottoformulier binnen te doen én nog even een ommetje te maken langs het sportveld waar de meisjes van hockeyclub Gantoise trainen: het was allemaal very, very Vegas.
Gelukkig heeft Summer haar stem nog mee (je kon zweren dat je plastic bekertje trilde telkens ze alle registers opentrok), en kan ze bovendien putten uit een goedgevuld hitsreservoir dat tot ver buiten de gay community herkenningskreetjes doet weerklinken. Zo kwam het dat ze met haar groep (het 'Donna Summer Orchestra', als we helemaal correct zouden willen zijn, maar hé, er zijn grenzen) oude glorieën als Could It Be Magic, On The Radio en She Works Hard For The Money mixte met materiaal uit de nieuwe plaat Crayons, een ding dat uiteraard geplugd diende te worden.
Als we zaterdag niet hadden genoteerd dat daar blijkbaar enkele opstoten van moderne R&B op te traceren vallen, dan zouden de betreffende passages na afloop meteen weer uit ons geheugen zijn gevloeid. Nu, soms maakte Summer het ons op voorhand wel makkelijk. Dan zette ze van de weersomstuit een bloedernstig, ja zelfs droevig gezicht op, en kondigde ze een lied aan zoals Be Myself Again, dat ze geschreven had 'in de periode waarin ik niet meer wist wie ik was'. Hèt signaal om een pispaal op te zoeken en een verse pint te gaan halen, inderdaad.
Het hoeft niet te verbazen dat de stevige draaien aan de discozwengel (No More Tears (Enough Is Enough), Bad Girls en uiteraard Hot Stuff) uiteindelijk veel méér begeestering opwekten dan het door Charlie Chaplin gecomponeerde Smile, dat ons als bijna obligaat eerbetoon aan Michael Jackson werd opgedrongen (het was zowel zijn als Summers favoriete nummer, vandaar) . Vreemd was wel hoe vlug en vluchtig zowel I Feel Love als Love To Love You Baby voorbij waaiden. Verplichte nummertjes, zo leek het, waarschijnlijk omdat la Summer (dit jaar 61) beiden wel met een hoog, iel stemmetje móest zingen. Niét langer haar forte.
Maar kom. We misten zaterdag enkel State Of Independence, een winnend Lottobiljet in onze achterzak en de wetenschap dat wereldvrede in het verschiet lag. Voor de rest: fijn, onderhoudend popavondje.
Kurt Blondeel
Reageer
Opgelet: Het is niet mogelijk om anoniem te reageren. Uw loginnaam zal bovenaan uw reactie verschijnen.
Om een reactie te plaatsen, dien je geregistreerd te zijn:








Join us on