maandag 03 augustus 2009 om 00u00
Festivalverslag: REGGAE GEEL

Festivalverslag: REGGAE GEEL
Opgewarmd werden we door de gonzende grooves van African Head Charge, die we op Dour gemist hadden. We waren behoorlijk blij met die herkansing, want hoewel de band ooit begonnen is als studioproject bleek hun liveact best de moeite. Dat was niet meteen de verdienste van het stemgeluid van opperhoofd Bonjo Iyanbinghi Noah, die niet veel verder kwam dan schorre kreten, maar zijn sporadische chants werden naar nieuwe hoogten getild door de opzwepende percussie, de heldere Afrikaanse gitaarklanken, de spacy synths en de onoverwinnelijke baslijnen van de schitterende band, hier en daar van een geut galm voorzien door producer Adrian Sherwood, die achter de knoppen zat. Origineel en meeslepend.
Wat traditioneler was de romantische roots reggae van de sympathieke Don Carlos, een stichtend lid van Black Uhuru die echter al snel voor een solocarrière koos en sindsdien niet de aandacht krijgt die hij verdient. Met zijn zachtaardige zangstem in de aanslag nam hij het op tegen de veel te luide baslijnen, ons met een brede glimlach onderhoudend over zowel alledaagse als verheven onderwerpen, en natuurlijk ook over de liefde, die in beide categorieën thuishoort. De deuntjes die de man achter de keyboards voor zijn rekening nam klonken nogal schraaltjes (misschien op het verkeerde knopje geduwd), maar dat weerhield de innemende Carlos er niet van om met zijn opgewekte melodieën de totnogtoe tamelijk tamme weide in beweging te krijgen. Kers op de taart was een bevlogen cover van de oerklassieker Satta Massa Gana van de Abyssinians. Heerlijk.
Nadien was het eigenlijk de beurt aan Cocoa Tea (die met een set van een uur en drie kwartier zowat het orgelpunt van de avond moest worden), maar die was om onduidelijke redenen (is het ooit anders?) niet op het appel verschenen. Dus werden Chaka Demus & Pliers, eigenlijk afsluiter van de Dance Hall, verzocht om zijn plaatsje op het hoofdpodium op te vullen, wat ze zonder tegenpruttelen deden. Het duo hanteert de strategie die dankzij Shaggy ook bij het brede publiek bekend is geraakt: een zoetgevooisde soulzanger (in casu Pliers) zingt rozige refreinen voor de meisjes en een in rauw patois toastende DJ moet het mannelijke deel van het publiek tevreden houden. Die formule werkte uitstekend, en de heren hadden er ook duidelijk lol in, maar er vielen nogal wat gaten in hun set (waarin er druk overlegd werd) en Pliers zong er ook een paar keer stevig naast. Kon beter.
De grootste naam vanavond was de legendarische producer Lee 'Scratch' Perry, verantwoordelijk voor onsterfelijke tracks van onder meer Bob Marley, Max Romeo, The Congos en Junior Murvin. Nadat in 1979 zijn Black Ark Studio afbrandde is Perry echter in de eerste plaats zelf performer, en dat gaat hem iets minder goed af: niet alleen omdat hij eigenlijk helemaal niet kan zingen, maar ook omdat de man volstrekt geschift is. Met rood geverfde haren en baard en behangen met blinkende parafernalia sleepte Perry een al even vreemd uitziende caddy achter zich aan het podium op, om daar te ontsteken in een lispelende stream of consciousness die enkel van kadans veranderde wanneer de band besloot dat het tijd was voor nog maar eens een gesjeesde song. Hoewel wisselvallig en stuurloos was het resultaat eigenlijk best interessant: onder meer tijdens het geweldige Pum-pum (afkomstig van een plaat geproducet door Afrekening-one-hit-wonder Andrew W.K., of all people), dat uitmondde in een Happy Birthday Sweet Pum Pum dat zelfs bij de muzikanten ongelovige lachjes veroorzaakte, klitten de avontuurlijke dubritmes (opnieuw gemixt door Adrian Sherwood) en de raaskallende rijmpjes van the Upsetter mooi aan elkaar tot een bepaald unieke performance. I refuse to get old and I refuse to die, snoerde Perry in een helder moment iedereen die het maar niks vond de misprijzende mond. Zolang hij het zelf plezant vind, mag Perry van ons elk jaar komen.
Headliner was Anthony B., op plaat misschien wel de minst interessante van de vijf, maar in thuisland Jamaica een heuse superster en zoals we op Dour al konden vaststellen live a force of nature. Met zijn aanstekelijke amalgaam van inspirerende roots en daverende dancehall was B. de enige die vandaag echt euforische taferelen en uitbundig gejoel teweegbracht. Terecht, want hij was zelf ook veruit de meest energieke performer: zijn bijwijlen hilarische moves en onnavolgbare high kicks maakten de stroomversnellingen in de muziek ook visueel opwindend en compenseerden zijn beperkte kwaliteiten als zanger. De songs volgden elkaar in een pijlsnel tempo op, als op een greatest hits-mixtape, enkel onderbroken om de meest aanstekelijke intro's nog eens te hernemen, zoals reggae-artiesten wel vaker doen. Wel misten we de blazerssectie die er op Dour wel bij was en waren we not impressed door de zeer twijfelachtige cover van They Don't Really Care About Us van Michael Jackson en de melige mamasong op het einde, die het concert wat deden inzakken.
Wie nadien nog goede benen had kon terecht in het bos op de berg, door de organisatie de 18 Inch Corner gedoopt, waar door de bomen heen het Britse collectief Alpha & Omega te ontwaren viel, die ons twee uur lang voorzagen van vooruitstrevende dub met dikke wortels in de old school. De bezwerende baslijnen van founding member Christine Woodbridge werden omzwachteld met gesmolten samples, vluchtige percussie en bonkende beats die je meedogenloos into the groove zogen tot het geluid rond een uur of vier wegstierf. Daarmee kwam er helaas een einde aan deze geslaagde en gevarieerde editie van Reggae Geel - als het ook maar enigszins kan staan we hier volgend jaar weer, en we hopen van u hetzelfde.
Reageer
Opgelet: Het is niet mogelijk om anoniem te reageren. Uw loginnaam zal bovenaan uw reactie verschijnen.
Om een reactie te plaatsen, dien je geregistreerd te zijn:







Join us on